Aanpassen tot in de perfectie
Er zijn veel redenen om in therapie terecht te komen. Omdat je vastloopt op je werk, in relaties of anderszins. Omdat je uitgeput bent. Omdat je voelt dat er iets niet klopt – al kun je nog niet benoemen wat precies.
Ik kwam in therapie omdat ik al jaren moe was van het overleven. Maar wat ik niet wist: dat ik ook daar, in de behandelkamer, mezelf opnieuw kwijt zou raken.
Mijn trauma had geen blauwe plekken, geen paniekaanvallen, geen groot drama. Het zat in wat er níet was: geen ruimte om te durven voelen, om mezelf te durven zijn. Ik had al vroeg geleerd om me tot in de perfectie aan te passen. Ik werd stil, slim, sociaal gewenst – de perfecte kameleon.
In therapie was ik de betrokken cliënt: met een intelligent verhaal en een onzichtbare leegte vanbinnen.
Ik deed enorm mijn best om de therapeut zo goed mogelijk te lezen:
“Wat zou ze daarmee bedoelen?”
“Welk antwoord zou ze van me verwachten?”
“Wanneer doe ik het goed?”

“Wat ga je nou weer doen?”
Tegelijkertijd was ik ook die ‘lastige’ cliënt. Ik zocht continu naar manieren om me beter te voelen. Niet omdat ik dwars wilde doen, maar omdat ik intuïtief voelde: deze manier van werken past niet bij mij. Ik ging workshops volgen, meedoen met coaches. Dat voelde wel goed.
Toen kreeg ik regelmatig te horen: “Wat ga je nou weer doen? Kun je je nou nooit eens aan de therapie houden?”
Maar wat ik nodig had, was geen strakkere structuur of een andere methode, maar meer afstemming. Meer erkenning van wat er in mij al werkte: mijn intuïtie. Alleen… niemand had me geleerd dat die er mocht zijn. En mijn therapeut leerde het me ook niet.
Ik probeerde wanhopig in het behandelplan te passen, terwijl alles in mij zei dat het niet klopte. Ik bleef in mijn hoofd zitten, omdat niemand me had geleerd hoe je emoties kunt voelen in therapie wanneer je jarenlang hebt moeten overleven. En elke keer dat het niet lukte, ging ik nòg meer aan mezelf twijfelen.
DSM of dieper kijken?
Ik paste in meerdere DSM-hokjes, maar voelde me nergens echt begrepen. Wat ik later pas begreep, was dat mijn behandelaren eigenlijk niets fout deden. Ze volgden het protocol, deden wat evidence-based was. Ze deden precies wat hen geleerd was.
Maar wat ik nodig had, was iets anders. Ik had iemand nodig die naast me stond, niet boven me. Iemand bij wie ik kon voelen: het is veilig om mezelf te zijn. Iemand die zei:
“Jij bent oké. Jouw gedrag komt ergens vandaan. Het was ooit nodig om te overleven. En dat zegt niets over wie jij werkelijk bent.”
Ik was zo goed geworden in een masker opzetten, dat zelfs de therapeut vaak niet doorhad wat er bij mij van binnen gebeurde. Dit is wat veel mensen met AVPD (Avoidant Personality Disorder) of complex trauma doen: ze passen zich zó goed aan, dat hun binnenwereld onzichtbaar blijft. Zelfs wanneer ze zichtbaar vastlopen in therapie – zonder dat duidelijk wordt waarom.
Wanneer protocollen niet genoeg zijn
Soms kreeg ik opmerkingen die me nog verder van mezelf af duwden dan ik al stond:
“Ik krijg grijze haren van jou en je regeltjes.”
“Wat vertel je me nou weer niet?”
“Ja, dat gedrag is óók niet normaal.”
“Dat is geen gevoel – dat is een gedachte.”
Zonder enige uitleg. En ik maar denken dat ik het weer verkeerd deed. En de zin in mijn dossier die ik nooit meer vergeet:
“Cliënte had het over één of andere wazige spiritualiteit.”
Die ‘wazige spiritualiteit’ was juist wat mijn leven redde. Omdat daar – eindelijk – ruimte was voor betekenis, intuïtie, zingeving en een manier van verbinding die niet in een protocol paste – maar wel bij mij.

Hoe herken je een cliënt die onzichtbaar overleeft?
Veel mensen met complex trauma, AVPD of relationele wonden overleven zo subtiel dat het nauwelijks opvalt.
Maar er zijn patronen die je – als je ze eenmaal ziet – nooit meer níet kunt zien.
✓ ze functioneren goed, maar voelen niets vanbinnen
✓ ze doen alles ‘volgens het boekje’, maar zonder innerlijke beweging
✓ ze spreken intelligent over emoties, zonder emotionele toegang
✓ ze zoeken de ‘juiste antwoorden’ om jou tevreden te houden en niet afgewezen te worden
✓ ze verlaten de sessie met meer schaamte dan waarmee ze binnenkwamen
✓ ze passen zich aan jóuw stijl aan, niet aan hun eigen tempo
Dat is geen weerstand maar overleving.
Wanneer professionals deze patronen leren herkennen, ontstaat er ruimte voor iets anders: veiligheid, vertraging en echte aanwezigheid.
Waarom ik dit deel
Niet om behandelaren te bekritiseren. Integendeel. Ik weet: de meesten doen dit werk vanuit liefde. En het frustreert velen dat ze zelf ook vastzitten aan die protocollen. En ik weet óók hoe makkelijk mensen zoals ik – mensen met een zeer intelligente en verfijnde vorm van overleven – tussen de regels en de sessies door glippen. En hoe pijnlijk het is om in therapie opnieuw onzichtbaar te worden.
Daarom deel ik mijn verhaal. Omdat ik geloof dat wanneer behandelaren zien wat er áchter gedrag schuilgaat, er een opening ontstaat. Voor de cliënt, voor de behandelaar en voor de verbinding daartussen.
Daarom geef ik nu lezingen. Niet als therapietraining, maar als uitnodiging. Om anders te kijken, anders te luisteren, anders aanwezig te zijn. Zodat de mensen die zichzelf verloren in aanpassing weer de ruimte krijgen om echt zichzelf te mogen zijn.
Wil je ook het verschil maken voor cliënten?
Bekijk hier mijn boek Als je gevoel er niet mag zijn, geschreven vanuit doorleefde ervaring en met de nodige humor en zelfspot – niet vanuit verwijten.
Veelgestelde vragen over onzichtbaar trauma in therapie
Vraag 1: Waarom blijven sommige cliënten onzichtbaar in therapie?
Antwoord: Omdat ze vaak van jongs af hebben geleerd zichzelf te beschermen door te pleasen, vermijden, rationaliseren of perfect functioneren. Hierdoor lijkt het alsof het ‘goed gaat’, terwijl er vanbinnen veel spanning leeft.
Vraag 2: Hoe herken je overaanpassing bij AVPD of complex trauma?
Antwoord: Door subtiele signalen zoals sociaal wenselijk gedrag, gebrek aan emotionele toegang, hyperrationaliteit, overmatig scannen van de therapeut, en het ontbreken van innerlijke beweging ondanks begrip.
Vraag 3: Wat helpt wél bij deze doelgroep?
Antwoord: Veiligheid, voorspelbaarheid, gelijkwaardigheid, verdieping in de biografie, aandacht voor hechting en oude patronen, en geen haast of druk vanuit protocollen.
Vraag 4: Waarom werkt evidence-based therapie soms niet?
Antwoord: Omdat veel protocollen gericht zijn op gedrag, niet op de onderliggende relationele wonden. Pas wanneer die gezien worden, komt er ruimte voor verandering.
📌 Meer lezen?
Onzichtbaar trauma – Het verdriet dat niemand ziet
Een boek wat mij in therapie destijds werd aangeraden was: Leven in je leven.




